Aanbrenging Aan gevels, telkens vanaf 3 m en hoger. Let op vrije aan- en afvliegmogelijkheid.
Typische gebouwbewonende vleermuissoorten zijn o.a. dwergvleermuizen, laatvliegers of tweekleurige vleermuizen.
Binnenkant
De binnenruimte is uitgevoerd in verschillende oppervlakstructuren in verschillende hangdieptes. Dit heeft niet alleen klimatologische voordelen, maar helpt ook de soorten een voor hen geschikte hangplek te vinden.
Buitenkant
Het trechtervormige aanvlieggedeelte biedt met zijn trapjes de dieren goede vastklampmogelijkheden
en versnelt daarmee de acceptatie, bijv. ook voor onervaren jongen. Het ééndelige verblijf wordt zonder verflaag geleverd maar kan indien nodig met een gangbare, ademende muurverf in kleur worden aangepast.
Materiaal Weerbestendig en ademend houtbeton.
Aanbrenging Gewoonlijk wordt de 1WI op de buitengevel gemonteerd, of in een externe isolatie onder het buitenpleisterwerk ingebouwd. Deze kan daarbij door vier schroeven aan het gebouw worden vastgezet. Het noodzakelijke bevestigingsmateriaal wordt meegeleverd. Als enige blijft dan nog de ingangstrechter voor de dieren na de inbouw zichtbaar.
Optionele achterwand voor 1WI/2WI
Als je kiest voor de kast met achterwand is er een 5 mm dikke achterpaneel vastgelijmd. Dit creëert een gesloten verblijf. De totale diepte inclusief de achterwand is slechts iets dieper: de kast + achterwand is ongeveer 10 centimeter diep. Dit wordt aangeraden als u de kast in de spouw plaatst (voorkant gelijk met metselwerk).
Materiaal: Houtbetonvezel.
Gewicht: Achterwand ca. 1,6 kg.